De anderen helpen de voordelen van slotenmaker Hoogstraten realiseren

Tot slot vinden wij met die kant over het Noordeinde, vlakbij de Haagpoort, nog ons gevelsteen in het huis aangaande schoenmaker Hendrick Gerritsz.

Harman Pietersz ‘platielbacker’ was eigenaar over ons huis aan een noordzijde van een grote Broerhuissteeg, terwijl hij alleen teneinde de hoek woonde aan ’t Oosteinde, vijf huizen met een hoek.

Een ‘graeffmaecker’ van de Nieuwe Kerk is voor ‘memorie’ aangetekend in de ‘huysinge’ haar toebehorende.

De straat, welke uit dit zand en puin over de gesloopte stadsmuur voortgekomen, kreeg een titel Phoenixstraat tot een studentensocieteit die achtereenvolgens op meerdere posten gevestigd was en tweemaal verbrandde doch alsmaar en continue fraaier herrees, net wanneer een Arabische wondervogel uit bestaan as.

Later zou dit St. Lucasgilde zichzelf de oude kapel met welke instelling toe-eigenen. Tegenwoordig wordt welke regio ingenomen door de gemeenteschool betreffende aan het hoofd Petillon. [Tegenwoordig staat op deze plaats wederom een replica van dit oude Gildehuis, het dus feitelijk een verbouwde middeleeuwse kapel was.]

In de Resolutiën der Generale Staten, te beginnen met dit jaar 1601, komt zijn naam mits ‘plaetsnijder tot Delft’ herhaalde malen vanwege, onder verdere wegens als maker aangaande ons kaart over een belegering met Sluis, waarvoor je in 1602 honderd daalders kreeg. Voor dat bedrag werd hij echter immers geacht twintig kaarten te leveren.

Uit een stroom met gelekte onthullingen in de media ontstaat nu de sterke indruk, dat het Rob Scholte Museum ongewild en zeer onterecht de speelbal is geworden met de ambities en machtspolitiek van de verantwoordelijke wethouders, die daarbij hun pijlen in eigen zin focussen op een schilder zelf, Rob Scholte, en in de social media ook misplaatste grappen maken aan diens invaliditeit.

In het slotenmaker Sint-Amands woonhuis, links met dit nu Gemeenlandshuis met Delfland, betreffende 10 haardsteden, had een oud-Burgemeester Heyndrick Dircxz van Santen bestaan huisgoden en familie verenigd. Althans hij woonde daar betreffende zijn ‘huisvrouwe’, welke de aangifte deed.

Met de zuidzijde betreffende de straat woonde ons ambtgenoot met hem, beiden dus dicht voor dit Gemeentehuis, daar waar dit Gerecht zetelde.

Mierevelt is genoemd. In het verpondingregister met 1620 wordt dit woonhuis, zuidzijde aangaande dit Marktveld, mits behorende met „de erfgenamen over Jan Michielsz., ‘goudsmith’, aangeslagen; in het register over het haardstedengeld met 1637 daaren­anti staat welke appartement op titel aangaande mr.

Dit rad der fortuin blijft draaien via al die eeuwen heen en een beroemde spreuk van een blijspeldichter Breêroo: ‘t can verkeeren’ gaat, zo lang een aarde zich wentelt, aangaande inzet blijven.

Met de oostzijde betreffende de gracht woonde Jan Huybrechtsz., die dit gewichtig ambt met stadsroedrager bekleedde, ons functie die dit meeste overeenkomt betreffende dat over bode der gemeente.

Zijn naastwonende, in overeenstemming met het register ‘capiteyn Peuckee’, had in huur het woonhuis, op welks gevelsteen dit instrument was afgebeeld, tussen de  mannen van dit werkzaamheid wanneer ‘Spijckerboor’ ofwel ‘Nagelboor’ bekend.

In een Schoolsteeg treffen we met: mr. Arent Stevensz Rumelaer ‘ondermeester vant groote de kleuterschool’, welke ‘in stadtshuysken’ om ook niet woonde; Huygh Pietersz ‘Sanger’, die nog een huisje in een steeg bezat, maar met iemand die je niet weet te zeggen ofwel hij welke bezitting door zijn stem verkregen had.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *